Café 't Strooienhuis

 

Welkom bij Café 't Strooienhuis

Het café ‘t Strooienhuis is een der oudste horecabedrijven in onze gemeente en een der weinige ( misschien zelfs het enige), waarvan het ononderbroken voortbestaan gedurende bijna twee eeuwen aanwijsbaar is. In 1782 vestigde zich Michiel Timmermans uit Hoeven met zijn Ettense vrouw Anna van der Borst op de Lage Donk op de plaats waar zich thans nog het oude café zich bevindt en opende er een tapperij of bierhuis, zoals een horeca bedrijf toen heette. Het is niet uitgesloten, dat hij een bestaand bedrijf overnam. De traditie die nog bij de vroegere bewoners ( de familie Evers) leeft, wil dat de oorsprong teruggaat op een strooien tent, die in een oorlog was opgericht ten behoeve van soldaten, die daar hun dorst konden lessen. Miischien is de zg. Oostenrijkse successie-oorlog geweest (1740-1748), waarvan het beleg en de verovering van Bergen op Zoom in 1747 een bekende episode was toen in de wijde omgeving en ook in onze streek troepen gelegerd waren. Mogelijk is alleen een strooien dakbedekking aanleiding geweest tot de naamgeving. Er wordt verteld dat dit dak door vonken die uit de locomotief van de stoomtram sprongen, in brand gevlogen is en toen door een pannendak vervangen. Hoe het ook zij de naam Strooien Huis is blijven voortleven, nadat de aanleiding tot het ontstaan van de naam reeds lang verdwenen was. Toen Michiel Timmermans in 1806 als gevolg van de invoering van de wet op de patent belasting ( er was toen nog geen drankenwet), een vergunning moest aanvragen om zijn bedrijf te mogen voortzetten, vulde hij op het gedrukte formulier als omschrijving van zijn bedrijf in : ‘’een pint bier en een gelas jenever en een metselaarknegt’’. Treffender dan een nauwkeurige ambtelijke omschrijving geeft deze spontaan neergeschreven opgave ons een beeld van de aard en de sfeer van deze rustieke herberg. Timmermans hanteerde blijkbaar de kan en de troffel beter dan de pen. Het Strooien Huis is een uitspanning geworden, die wijd en zijd bekend was. Gunstig gelegen aan de kruising van twee wegen, de baan van Etten naar Hoeven en de Hoge en Lage Donk. De vrachtrijders, die van Oud-Gastel of van Oudenbosch op weg waren naar Breda legden hier bij voorkeur aan. Zij hadden er ruim plaats voor hun wagen en karren en het water dat uit de put voor het huis geschept werd, smaakte de paarden bijzonder goed. Wanneer de dieren bij het Strooien Huis gegeten hadden, konden zij het vol houden tot Breda. In 1861 werd de zandweg van Etten naar Hoeven door de Provincie met grint verhard. Ter bestrijding van de kosten werd er twee tollen opgericht, één daarvan kwam bij het Strooien Huis. Het gedwongen oponthoud kwam de omzet in de uitspanning ten goede. In 1890 werd de stoomtramlijn van Breda naar Oudenbosch geopend. Bij het Strooien Huis werd een halte gevestigd en een los- en laadplaats voor de bieten en de pulp. Ook werd hier de beer uit Breda aangevoerd en in een grote put verzameld, vanwaar de omwonende boeren ze voor de bemesting van hun land konden ophalen. Er stond op het huis te lezen: Station Strooien Huis. Ook dit bracht natuurlijk allerlei vertier. In verschillende opzichten was het café als centrum voor de wijk gefungeerd, post van de brandweer, stembureau, brievenbus etc. Anderhalve eeuw is het Strooien Huis in dezelfde familie gebleven.


Na de dood van Michiel Timmermans zette zijn weduwe het bedrijf voort tot haar overlijden in 1832. Toen nam haar zoon eveneens Michiel geheten het over. In 1877 volgde zijn schoonzoon Gerardus Verschuren, die met Anna Maria Timmermans was getrouwd, hem op. Dit echtpaar had geen kinderen; een nicht Evers zette de zaak van oom en tante later voort. Marinus Evers overleed in 1923, zijn vrouw in 1924. Zij lieten alleen dochters na wier mannen niet voor het beroep van hun schoonouders voelden. Zo moest een opvolger buiten de familiekring gezocht worden. Men vond deze in Petrus Johannes de Rooy, die in 1925 met zijn vrouw Wilhelmina Antonissen zijn intrek nam in het Strooienhuis. Hij verbouwde het, zodat het toen zijn huidige gedaante kreeg (franse kap). Na het overlijden van Wilhelmina Antonissen in 1949 nam zoon Cornelis Jacobus de Rooij met zijn vrouw Cornelia Johanna Antonissen in 1951 het bedrijf over. Aangezien verbouwing niet meer mogelijk was werd er besloten achter het bestaande pand een geheel nieuwe uitrusting te gaan bouwen (1968). Begin jaren 70 werd het weiland veranderd in het huidige naast het pand gelegen voetbalveld. Samen met de kinderen werd een verdere uitbreiding van een zaal gerealiseerd in 1980. Na het overlijden van Cornelis de Rooij in 1991 namen Piet en Dymphy de zaak van hun vader over. Daar de zoon van Dymphy, Carlo Eversdijk in 2007 het diploma Horecamanagement heeft behaald voor eventuele bedrijfsopvolging werd er besloten om de zaal uit te gaan breiden en een nieuwe uitstraling te geven in 2008.